Vroeg jaren ’30 Juncker op marktplaats met bekende geschiedenis

Hij ziet er misschien niet zo fraai uit op de foto’s, maar dit is wel een interessant project. Nog originele handvatten, zadel en pedalen, dat zie je niet vaak. Zeker niet bij zo’n oud exemplaar. En de geschiedenis is bekend.

Aan het kettingwiel te zien is dit een Juncker van na 1930. En de bagaggedrager lijkt van het model dat Juncker gebruikte voor 1938, in ieder geval tot 1935 (van 1936 en 1937 is geen documentatie beschikbaar). Ook lijkt hij de typische gladde balhoofdbuis te hebben.

De advertentie beschrijft: “Opa’s opa z’n transportfiets van familiebedrijf staat bij mij op zolder. Al een tijdje. De geschiedenis is er een van de Veemarkt in Crooswijk en het Aboittoir aan de Boezemweg in Rotterdam. De Slagersfiets zoekt een nieuwe bestemming.”

Aanvullende informatie: “Kleindochter Francisca (inmiddels een vijftiger) schreef:
Ik kan wel iets vertellen over de historie van de fiets. Mijn opa, geboren rond 1910 heeft als jongetje voor zijn vader die slager was, bestellingen rond gebracht met de fiets. Zijn vader, mijn overgrootvader dus, had een bedrijf op het abbatoir aan de Boezemweg in Rotterdam.Het abbatoir wat nu niet meer bestaat is opgeheven in 1981. Tijdens de verhuizing van het bedrijf van mijn opa kwam de fiets tevoorschijn, en is meeverhuisd naar de nieuwe locatie. Rond 1990 is het bedrijf verkocht en kreeg ik de fiets te zien, en heb de fiets meegenomen omdat hij anders weggegooid zou worden. Ik had toen het idee om de fiets op te knappen, maar daar is niets van terecht gekomen.”

Zo zal de fiets er oorspronkelijk uit hebben gezien (uit de Juncker folders 1931-1935):

Juncker bakfiets uit 1934

Geachte heer/mevrouw,

Momenteel doe ik onderzoek naar de geschiedenis van de familie Rooth uit Dedemsvaart. Het bedrijf begon in 1934 met het venten van melk. Nu is bijgaande foto sinds kort in hun bezit en graag zouden zij iets meer over deze transportfiets of bakfiets willen weten. Het merk bv.. De foto is gemaakt in de zomer van 1934 en is in het begin van dat jaar aangeschaft. Uiteraard heb ik ook al wel uw website bekeken, heel interessant trouwens.

In de hoop dat u iets meer over de bakfiets kunt vertellen, dank ik u bij voorbaat hartelijk en de vriendelijke groeten van Marga van der Torre, tevens namens de familie Rooth.

Beste Marga,

Normaal reageer ik via de comments, maar bij deze kan ik het nodige beeldmateriaal plaatsen. Vaak zijn bakfietsen niet makkelijk te identificeren, maar in dit geval wel. Ik heb even ingezoomd op de belangrijke details van dit merk:

Links zie je een bakvastzetter, waarmee via de pedaal het stuur kan worden geblokkeerd. Dit zie je in de onderstaande afbeelding:

Ook het remsysteem is afwijkend van andere merken:

Deze bakfietsvastzetter en remsysteem zijn ontworpen door Jüncker, destijds gevestigd in Rotterdam. Jüncker had hier octrooien op, dus deze zijn door geen andere merken toegepast.

In het vakblad “De Nederlandsche Rijwielhandel” uit 1932 (waar de bovenstaande afbeeldingen uit afkomstig zijn), was hierover een artikel geplaatst met meer informatie, die je hier kunt vinden: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/1302/3.2.17/start/430/limit/10/highlight/5

Daar staat meer informatie over de bakfietsen van Jüncker uit die tijd. Daarin staat ook deze bakfiets afgebeeld die er veel op lijkt (uit 1932):

Bakfietsen werden geleverd met een opbouw voor ieder beroep. Dit is een typische melk bakfiets.

Jüncker kwam in 1934 weer met een volgend model, waarbij een ander model frame werd gebruikt (zie dit artikel). Dus het lijkt erop dat ze de bakfiets nog net daarvoor hebben aangeschaf.

Jeroen

Bandennood

Zoals algemeen bekend was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een grote rubber schaarste. Hoe dat nou precies zat was mij nog niet veel van bekend. In ieder begonnen de problemen met rubber invoer al in 1939, en werd het Rijksbureau voor Rubber opgericht om de bandenhandel te reguleren. In het vakblad “De Rijwielhandel” blijkt dat na de inval van Duitsland, direct een verbod volgt op de handel in petroleum en banden voor auto’s en motoren. Dit resulteerde aanvankelijk en een grote toename aan aanschaf van rijwielen. Maar in 1942 wordt de bandenschaarste zo groot, dat allerlei noodmiddelen worden geraadpleegd om rijwielen nog op de weg te houden. Dit blijkt ook uit de advertenties in “De Rijwielhandel” in 1942:

En deze uit 1943:

Voorbeeld van zulke houten bakfietswielen is hier te vinden.

Verder hield men zich gaande door handel in vulcaniseer apparaten om banden te repareren, moffelen van fietsen, slijpen van naafonderdelen etc. Hieruit blijkt dat de rijwielproductie en -handel in die tijd volledig stil was komen te liggen, en dat men op die manier nog probeerde brood op tafel te krijgen.

Verder in 1943 worden de publicaties van het vakblade “De Rijwielhandel” wel heel summier, en verdwijnen alle advertenties, en in 1944 en 1945 tot het einde van de oorlog zijn geen uitgaven meer van het blad.

Dit begint weer enkele maanden na de bevrijding, waarbij vele fabriekanten laten weten dat ze nog bestaan en weer gaan opstarten, zoals hieronder Roelofsen en van der Wiel (Standaard/Roelewiel):

In 1946 komt de handel in nieuwe banden weer op gang:

Tot en met 1948 lijkt er nog maar zeer beperkt aan rijwielen geproduceerd te worden, en verkopen de meeste rijwielproducenten importrijwielen uit Engeland, Frankrijk etc. Ook blijven banden nog schaars, waardoor zelfs in 1947 nog steeds geadverteerd wordt voor houten bakfietswielen:

10 februari 1948 is de ratsoenering van rijwielen en rijwielbanden opgeheven.