Restauratie en identificatie van een transportfiets in Berlijn

Thanks a lot for the great archive and coverage about the long-lasting and very interesting history of the Dutch transportation bikes! I I hope it’s okay that I’m writing to you in English and I hope you’re healthy and fit in these times.

Due to the current Corona curfew and lockdown in the city of Berlin where I’m located, I’ve started to renovate my old transportation bike which I bought in 2014 in Terschuur and had wanted to renovate for a long time as it has gotten quite rusty and the front fork is loose.

I have four questions for you at this stage of the renovation:

1) I could actually locate the silver logo of the GWH label. GWH is only a logo of the spare parts producer, correct? Does the frame number 1 46119 tell you anything about the history or age of the bike? 
2) Do you also know how to open the bell? It seems like it comes with almost no screws but some sort of riveting. It’s so rusty but I would want to use it again.
3) And what about the headset of the front fork and the front fork itself? Do you possibly have photos of how they are constructed inside? I’m afraid of destroying it while opening it.
4) I consider to get the bike powder coated after having given it a treatment with glass bead blasting. Is there something to consider in terms of the material that makes those kinds of bikes different form other bikes and bike frames? The brass „smeernippel“ down by the bottom bracket (which seems to be made of copper? it seems so copper colored?) will need to be covered in any case. And is the kind of black a special black in terms of RAL or NCS color code standards?
Once I have the chance to take a look at the inside of the fork, I will have to order a few new spare parts (chain, rear hub, rear mudguard etc.) through Toon Mensinck via Nostalgie Oirschot, I guess. 

And a couple more photos featuring the achternaaf of the bike. It seems like it’s a torpedo one, yet I couldn’t locate a particular year. Also, something is written as “RM France” and I think it’s all different compartment mixed from different years.

Thanks in advance for your help and stay healthy!

Bakfiets van Ludo

Mijn naam is Ludo, ik woon in Destelbergen bij Gent in België (maar heb de Nederlandse nationaliteit, mijn vader kwam uit Den Bosch).

Ik kocht recent in een onbezonnen bui de stoffelijke resten van een bakfiets (Belgen heten dat een triporteur…), hier in de buurt.

Aangehecht enkele foto’s alvast.

Ik heb wel een heleboel onderdelen waardoor ik denk dat het een haalbaar project is (en heb ook wel ervaring met het opknappen – ik hou niet zo van het woord “restaureren” – van oude fietsen, bromfietsen en motoren, en heb toegang tot draai-, frees- en lasfaciliteiten en/of vrienden die daar erg bedreven in zijn).

Wat ik heb is een goed recht en (relatief) roestvrij frame dat ik nu van een dikke laag Hamerite ben aan het ontdoen, alsook de volledige voorophanging met een goede lageras, vier voorwielen met bruikbare velgen, naven en spaken en diverse voorwielassen waar er twee van te recupereren zijn (hoewel ik vermoedelijk toch nieuwe lagercones zal moeten zoeken (de cups in de naven zijn ok). Verder een set goede bladveren, de volledige handrembediening, een achternaaf (cups, cones, as en tandwielontbreken)  met remschoenen en remplaat. Geen achtervelg of spaken (zou een 28” moeten zijn). En tenslotte een bracket (Thomson), met goede cups maar een kromme as met ingelopen cones, alsook de correcte crancks met vast voortandwiel. Ha, ook nog een roeste zadelpen met horizontale buis…

Het frame lijk erg op een Lely, maar ik begreep dat dergelijke frames ook door anderen werden gebruikt.

Op het frame vind ik op een van de lugs een gedeeltelijk leesbare cijferreeks (729 en dan na een spatie nog een 9 of een 8)  en de letter WM (of WN?) in een grote G (zie aangehechte foto).

Mijn vraag: kunnen jullie hier een merk uit afleiden, en eventueel een benaderende leeftijd? Ik zou het voertuig graag terug tot leven wekken, maar liefst met min of meer correcte onderdelen. Ik hoop zeker na deze moeilijke tijden eens in Oisterwijk te raken.

Hartelijke groet,

Ludo (de Jager)

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden, dus ook hier.

Het mooie weer maakt het zeer aantrekkelijk om buiten een tochtje te gaan rijden, zeker omdat we tegenwoordig zo veel thuis zijn. Mensen, doe het niet! Blijf thuis. Zeker als je in een dichtbevolkte omgeving woont.

Ga sleutelen, en maak je fiets(en) zo veel mogelijk in orde, zodat als we deze crisis achter de rug hebben we er fijn op uit kunnen.

Mocht je in een dunbevolkte omgeving wonen: houdt anderhalve meter afstand. Dat betekent dat je op paden smaller dan 2,5 meter elkaar niet kunt passeren, tenzij je de berm in kan.

Bandennood

Zoals algemeen bekend was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een grote rubber schaarste. Hoe dat nou precies zat was mij nog niet veel van bekend. In ieder begonnen de problemen met rubber invoer al in 1939, en werd het Rijksbureau voor Rubber opgericht om de bandenhandel te reguleren. In het vakblad “De Rijwielhandel” blijkt dat na de inval van Duitsland, direct een verbod volgt op de handel in petroleum en banden voor auto’s en motoren. Dit resulteerde aanvankelijk en een grote toename aan aanschaf van rijwielen. Maar in 1942 wordt de bandenschaarste zo groot, dat allerlei noodmiddelen worden geraadpleegd om rijwielen nog op de weg te houden. Dit blijkt ook uit de advertenties in “De Rijwielhandel” in 1942:

En deze uit 1943:

Voorbeeld van zulke houten bakfietswielen is hier te vinden.

Verder hield men zich gaande door handel in vulcaniseer apparaten om banden te repareren, moffelen van fietsen, slijpen van naafonderdelen etc. Hieruit blijkt dat de rijwielproductie en -handel in die tijd volledig stil was komen te liggen, en dat men op die manier nog probeerde brood op tafel te krijgen.

Verder in 1943 worden de publicaties van het vakblade “De Rijwielhandel” wel heel summier, en verdwijnen alle advertenties, en in 1944 en 1945 tot het einde van de oorlog zijn geen uitgaven meer van het blad.

Dit begint weer enkele maanden na de bevrijding, waarbij vele fabriekanten laten weten dat ze nog bestaan en weer gaan opstarten, zoals hieronder Roelofsen en van der Wiel (Standaard/Roelewiel):

In 1946 komt de handel in nieuwe banden weer op gang:

Tot en met 1948 lijkt er nog maar zeer beperkt aan rijwielen geproduceerd te worden, en verkopen de meeste rijwielproducenten importrijwielen uit Engeland, Frankrijk etc. Ook blijven banden nog schaars, waardoor zelfs in 1947 nog steeds geadverteerd wordt voor houten bakfietswielen:

10 februari 1948 is de ratsoenering van rijwielen en rijwielbanden opgeheven.