Kestein van Abram uit 1935, deel 2: schade

De Kestein van Abram uit 1935, met werk:

Het Erjeka zadel:

De trapas is flink gaar. Het oliepotje mistte op het trapashuis, en het lager zat aan die kant vol modder.

De conus die “gesmeerd” was met modder:

Vervolg op:
Kestein uit 1935 van Abram, deel 1

Kestein uit 1935 van Abram, deel 1

Aangezien Abram al een EAK Kestein letter kettingwiel had bemachtigd (zie Fran-kestein blijkt Gazelle uit 1926!), ging hij op zoek naar een Kestein transportfiets, en vond deze ook nog!

Zie de kenmerkende nokken en lugs op de voor- en achtervork, zoals ook hier te zien. Juncker had die ook, maar Juncker modellen hiermee hebben een doorlopende balhoofdbuis, en Kestein niet. Wel typisch dat de spatbordstangen er niet aan vast zitten. Blijkbaar zijn de spatborden en stangen al eens vervangen, door langere exemplaren die voor op de as bedoelt zijn (en dus te lang voor op de lugs).

Erjeka zadel:

Doortrapper achternaaf:

Het framenummer is 40353:

Het framenummer is ook nog eens een bevestiging dat dit geen Juncker is (die hebben een framenummer van 4 cijfers en een letter).

De achternaaf is een Fichel & Sachs doortrapper. Deze is helaas stuk, maar kon aan de hand van de cups wel gedateerd worden tot 1935 (as en conussen waren niet meer origineel, dus daarop geen jaartal), waardoor de leeftijd van de fiets dus ook bekend is (en wat ik vrij spoedig ook gaat checken bij mijn jaren ’20 fiets!):

Toevallig had Abram snel een vervangende naaf gevonden (hoe hij dat doet, geen idee, ik vind ze vrijwel niet!:)):

De EAK Kestein crank uit 1931, afkomstig van de Fran-kestein, is inmiddels ook gerestaureerd. Voor het lassen:

En na het opnieuw vastlassen van het kettingblad:

Nog onbekend of die zwart gelakt of vernikkeld gaat worden.