Verchroomde Fichtel & Sachs voornaaf uit 1935

Deze heb ik al een tijdje in bezit. Het is een gebruikt exemplaar. Ik was benieuwd naar het bouwjaar ervan, met name omdat het een vroeger buisvormig model is, maar wel al verchroomd. Het is een gebruikte naaf, en de conussen en as zijn niet meer origineel, dus die leveren geen bouwjaar op. Maar een van de cups eruit getikt, en hij blijkt uit 1935 te zijn.

De naaf is asymmetrisch, met een kant cylindrisch, en de andere ligt conisch. Ik dacht eerst dat het wellicht dezelfde naaf was als een doortrapper, maar zonder schroefdraad aangebracht. Dat is toch duidelijk niet het geval:

NOS vernikkelde Fichtel Sachs voornaaf, buisvormig model (type 22)

Deze naaf heb ik zojuist kunnen overnemen. Het is een vernikkelde Fichtel Sachs voornaaf, nog NOS.

De naaf in onderdelen. Volgens de as is deze uit 1940 (geen jaartal op de conussen):

Dit is het model 22 volgens deze catalogus uit 1938:

Nu nog en 208 vinden 🙂

Beide modellen heb ik nu zowel in nikkel (links) als in chroom (rechts):

De verchroomde versie het buisvormige model is echter niet helemaal hetzelfde. Die lijkt meer op een doortrapper naaf, maar dan zonder schroefdraad aangebracht.

En nog wat naven plaatjes, gewoon omdat het kan 🙂 Met de Torpedo naven erbij, ook in nikkel en chroom:

En de meeste van mijn voornaven (op 2 na, en die in mijn fietsen natuurlijk):

Jeroen

Fichtel & Sachs Torpedo Ho. (transport) uit 1938

Zojuist heb ik een transportfiets versie van een Torpedo naaf kunnen aanschaffen. Wat maakt deze nou anders dan de gewone? Dat is met name de breedte, waardoor de kettinglijn wat verder naar buiten ligt. Bij een normale Torpedo naaf ligt de kettinglijn op 38 of 41mm uit het midden, afhankelijk van hoe je het tandwiel monteert. Bij de transport versie is dat 45mm. Doordat de trapas van een transportfiets langer is, ligt de kettinglijn ook wat verder naar buiten. Om te zorgen dat het kettingblad en tandwiel goed uitlijnen, is dus een bredere achternaaf nodig (of een offset tandwiel). De meeste transportfietsen werden echter met normale breedte Torpedo naven uitgevoerd, waardoor de ketting dus iets scheef loopt. Maar zo nu en dan werd ook de bredere variant toegepast.

Verschil tussen een normale (boven) en transport Torpedo (onder)

P.s. beide naven hebben 3mm spaakgaten, dus er passen spaken tot dikte 12 in (2,65mm, altijd 0,3mm ruimte nodig). De grootte van die gaten wisselt ook per naaf, dus daar moet je ook goed op letten.

De transportversie is gemarkeerd met “Ho.”. Latere exemplaren werden gemarkeerd met “Tr. T”, zie voorbeeld.

De inbouwbreedte van de transport versie is 115mm, de normale 108mm. De meeste onderdelen zijn hetzelfde, behalve de remmantel, de as en de huls die langer zijn. Op de remhevel staat ook “Ho. “, maar ik zie geen verschil met een normale remhevel.

Van deze naaf ga ik een keer een wiel bouwen, om uit te proberen wat ik merk kwa verschil.

De naaf in onderdelen, met jaartal markeringen (remmantel en drijfkop zijn ooit vervangen):

Jeroen

Transportfiets van Jeroen uit 1924

Eindelijk heb ik een directe datering van mijn jaren ’20 transportfiets: 1924! Aangezien deze nog niet hier op de site staat, maar alleen op mijn blog, gelijk maar een artikel plaatsen 🙂

De fiets kocht ik in 2016. Inmiddels heb ik er meerdere toeren mee gereden, en de fiets al vaak genoeg over gesproken, dus het is een welbekend exemplaar.

Toen ik hem op marktplaats vond, had ik al het vermoeden dat het een vroeg exemplaar kon zijn aan de hand van de voordrager en de ingesoldeerde achterpadden. Die fiets had ik gekocht bij een antiek & curiosa handelaar in Ameide. Volgens de verkoper kwam deze fiets van een slager vandaan uit Middelbeers (slager nog niet kunnen traceren).

Onderweg uit Ameide

Mijn plan was toen om de 60km terug te fietsen op deze fiets nadat ik hem had opgehaald. Ik kwam halverwege, toen ging er iets mis in de achternaaf: meerdere kogels waren tot gruis vermaald. Gelukkig gebeurde dat vlakbij een treinstation, dus met de fiets in de trein verder naar huis.

De fiets bleek al eens gerestaureerd te zijn. Hij was geheel in de zinkverf gezet, en daar een dun laagje zwart over. Die zinkverf oxideerde door de zwarte lak heen, wat niet erg fraai was. Maar de fiets kwam wel heel makkelijk uit elkaar.

De fiets thuis voor enig werk eraan

De fiets had ik geheel uit elkaar gehaald, om alles te inspecteren, maar ook op zoek naar aanwijzingen voor datering en merk. Ik heb de fiets zeer behoudend gerestaureerd, ook met de nieuwere onderdelen erop gelaten. De fiets na mijn restauratie kort na de aanschaf:

Knoop zadel

De achterdrager en het kettingscherm zijn uit ongeveer de jaren ’50. De bel is verchroomd en ook het opstapje op de achternaaf en de zadelpen. Die zijn allen dus nieuwer. Gezien het pokdalige frame, heeft de fiets voor de vorige restauratie lang buiten staan roesten. Daarom verwacht ik dat ook de spatborden en het zadel niet origineel zijn. Ook het crankstel (kettingblad met 5 puntige ster) is te nieuw voor de fiets. De velgen hebben hetzelfde pokdalige oppervlak als de fiets, en de naven passen goed bij de rest van de fiets kwa leeftijd, dus die zijn vrij zeker origineel (er zitten wel nieuwe spaken in).

Het belangrijkste wat ik zelf heb toegevoegd zijn de vernikkelde Union transportpedalen, en zelfgemaakte houten handvatten. En de conussen in de naven heb ik vervangen, want die waren er heel slecht aan toe. En er zitten nu Vredestein Retro banden op. Verder zit alles er nog op als toen ik hem kocht.

De voordrager komt voor in prijscouranten van Velleman & Verdoner (Magneet) uit 1923 (en 1925, maar toen had Magneet al het latere model transportfiets dus toen was die afbeelding verouderd), Karel Cremers uit 1926 en A. Druyf uit 1925. Het is een van de eerste modellen echte zware voordragers.

Aan het frame zitten verschillende typerende kenmerken, zoals de ingesoldeerde achterpadden, D-vormige achtervorkbuis en een trapashuis voor BSA type trapas, waarbij de cups aan de voorzijde met spieën worden vastgezet. Ik ken tot nu toe maar twee andere transportfietsen (no. 1 & no. 2) met zo’n trapashuis.

Ingesoldeerde achterpadden
Onderste balhoofd lugs twee afzonderlijke lugs
Trapashuis, met spieën aan de voorzijde om de cups te borgen
Voorbeeld van de borgspieën (NOS)

Apart is dat de framebuizen te ver het trapashuis in steken, waardoor er ook schroefdraad op getapt is:

Op de onderkant van het trapashuis staat een B:

Dit model trapashuis werd o.a. gemaakt door Brampton, zie advertentie uit 1921.

Op het frame was helaas geen framenummer te bekennen, zowel op de zadellug als de achterpadden.

Op de trapas staat G.G., en de cups zijn verschillend, een van Bayliss Wiley en de ander van JHG (Gerkinet):

Het balhoofdlager was ook van een interessant model. Inmiddels ken ik die uit de folder van A. Druyf uit 1925. Dit model balhoofd is nog vrij lang daarna gebruikt, door Empo in ieder geval tot begin jaren ’40.

De eerste echte duidelijk aanwijzing voor datering was de achternaaf. Het is een doortrapper van Fichtel & Sachs. Het logo is nog het arend logo zonder cirkels eromheen. Dat maakt hem van 1929 of eerder.

Die naaf is heel lang een van mijn belangrijkste knooppunten geweest voor de datering van de fiets. Wat ik toen nog niet wist dat al die tijd het jaartal erin verborgen stond. Het was mij al bekend dat Fichtel & Sachs het jaartal op de conussen en as insloegen. Maar die waren niet origineel meer. Dus jaren lang had ik geen direct jaartal om aan de fiets te koppelen, maar ergens tussen ongeveer 1924 en 1929.

Toen vond Abram de oplossing: op de cups van de doortrapnaven van Fichtel & Sachs staat ook het jaartal! Dus ik vandaag het achterwiel eruit gehaald, en een van de cups eruit getikt.

1924! 😀 Daarmee de op twee na de oudste bekende transportfiets, dus daar ben ik heel blij mee 😉 Na jaren speuren en onderzoeken bleek het antwoord over de leeftijd van de fiets gewoon nog verborgen in de achternaaf te zitten!

Nu is de fiets alleen nog merkloos. Ik vermoed dat deze fiets door een kleine maker is gebouwd, en dat ik het merk nooit ga achterhalen. Maar in ieder geval fijn nu een duidelijke datering te hebben!

Hopelijk na de huidige crisis kan ik deze fiets weer eens mee laten rijden met leuke toertochten.

Jeroen