Transportfiets & bakfiets trapassen deel 1: Thompson type maten en waar je op moet letten

Dit artikel is zowel voor mensen zonder en met ervaring in het restaureren van zowel transportfietsen en bakfietsen. 

Wie transport- en bakfietsen gebruikt en of restaureert, zal regelmatig tegenkomen dat de trapas niet meer goed is. Bij het zoeken naar een vervanging, zul je ook snel merken dat die vrijwel niet te vinden zijn, omdat er andere maten gebruikt werden dan bij normale fietsen. Trapassen in de maten die bij transport en bakfietsen werden gebruikt zijn zeer schaars aan het worden. Daarom is het belangrijk bij een zoektocht ernaar dat je weet waar je op moet letten. Dit voorkomt teleurstelling als het niet past, of later, als een verkeerde maat wordt gebruikt waardoor de verbinding tussen de cranks en trapas stuk gaat tijdens gebruik.

Er zijn twee type trapassen gebruikt: het model Thompson, en het model BSA. Dit artikel gaat over het model Thompson. Dit model heeft inslag cups, een conus die aan de linker kant op de as schroeft, en een vaste conus aan de rechter kant. 

Van dit type as zijn er vele variaties aan afmetingen. Daarom is het belangrijk om de exacte afmetingen goed te weten.

Diameter van de trapas:

Deze is cruciaal, en moet zeer nauwkeurig kloppen. Een tiende milimeter of meer te veel speling, en zowel de as als de crank gaan zichzelf kapot wrikken. Dan verlies je mogelijk zowel de cranks als de as! De as moet met moeite net aan in de crank passen. Dus je mag de as niet kunnen bewegen als hij in de crank zit. Is de as te dik, dan past hij natuurlijk niet. Maar als het slechts een paar tiende mm te dik is, dan is dat nog te corrigeren door de as op een draaibank passend te maken. De variaties aan dikte die ik zelf al ben tegengekomen: 15.8, 16.0, 17.0, 17.1, 17.2, 17.3, 17.4, 17.6 en 18.0mm. Dat is nogal wat keuze! Hier is het aan te raden om de as direct in de crank te passen als je de mogelijkheid hebt bij aanschaf.

Lengte van de as:

Is de as te lang, dan steken de cranks te ver uit, en kan je kettingwiel niet goed oplijnen, waardoor je ketting niet goed over je tandwielen loopt, en die snel op slijten. Is de as te kort, dan passen je cranks er niet op, of ze lopen tegen je frame aan. De variaties die ik ben tegengekomen: 150mm, 155mm en 160mm. De langste zijn vaak gebruikt op bakfietsen. Op transportfietsen is het meestal 150mm.

Lengte van het rechterdeel van de as:

Pas heb ik ontdekt dat ook bij dezelfde as lengte, het rechterdeel van de as behoorlijk in lengte kan verschillen. Hierdoor kan mogelijk je crank met kettingblad er niet op passen, of hij steekt te ver uit, waardoor je kettingblad niet oplijnt met je achtertandwiel. 

Diameter cups:

De cups komen in verschillende maten, maar meestal 45.0mm. Echter, let op, want 45.4mm bestaat ook, gebruikt o.a. door Gazelle en Maxwell. En door Eysink werd nog een uitzonderlijke maat gebruikt, namelijk 48mm. Als je losse cups met een as combineert, let ook op de binnenmaat van de cups. Die kan behoorlijk varieren. Daar kun je met de kogelmaat nog wat opvangen. Bij de meeste assen werd 5/16″ gebruikt (bij Gazelle 9/32″), maar met de kogelmaat kun je nog wel wat oplossen. In ieder geval moet de kogel op de conus lopen, en niet op de rand. En ook niet te hoog op de conus

Er is dus best veel variatie. Dat maakt het vinden van een geschikte as een erg lastige zoektocht, zeker omdat ze uberhaupt al erg zeldzaam zijn. Het is vaak makkelijker als je een set vind van trapas met crankstel, maar ook daarbij moet je nog erop letten dat de as niet te lang of te kort is voor je fiets. Wees dus in ieder geval zeer zuinig met trapassen, want vaak betekent het het einde van een trapas dat de fiets niet meer gebruikt kan worden. Veel schade kan nog gerepareerd worden met de juiste middelen, maar helaas heeft niet iedereen die ter beschikking. Maar dat is materiaal voor een ander artikel.

Nog een tip: als je assen wilt ruilen, dan kun je hieronder reageren. Wie weet heeft iemand net de maat die je zoekt, en kun je iemand anders weer blij maken met een as die hij of zij zoekt.

De assen van Chiel (zie reactie hieronder):

Verder werk aan de Joka/Magneet stafiets

Het is alweer even stil hier, deels doordat ik onlangs vader ben geworden, en beheerder ben van Transportfiets.net. Samen met het forum van De Oude Fiets, en verschillende facebook groepen, blijft de blog een beetje liggen. Maar er blijft ook hier gepost worden.

De laatste tijd had ik niet zo veel tijd over, maar hier en daar toch nog wat geklust aan de stafiets. Als eerste grote klus het voorwiel aangepakt. Hier wilde de band niet goed in de hiel van de velg vallen. De velg was nogal onregelmatig aan de binnenkant, o.a. door roest. Ook aan de buitenkant was de verf eraf aan het bladderen. Dus het wiel uit elkaar gehaald. Eerst met een roterende staalborstel op de haakse slijper de velg schoon maken van roest en verf (gelijk ook een tweede velg voor mijn bakfiets erbij als ik dan toch bezig ben):

Ik was bijna klaar, en toen overleed mijn haakse slijper. Nieuwe gehaald, en de klus afgemaakt.

Vervolgens ontvetten met wasbenzine, en de eerste laag ijzermenie. Ik heb hiervoor het gewone Gamma merk gebruikt, die blijkt erg fijn te werken. Vloeit mooi uit, droogt goed. Ik gebruikte eerst Flexa, en dat was troep.

Beide velgen aan het droogrek:

Vervolgens geschuurd, stofvrij gemaakt (niet ontvet, want ik gebruikte handschoenen om geen vette vingers achter te laten) en de tweede laag menie en weer drogen.

Hier en daar vond ik een of twee uurtjes te om te werken eraan, dus stukje bij beetje was er voorruitgang. Na twee lagen menie de eerste laklaag. Het was nog te koud buiten om te spuiten, dus uit ook de eerste laag zwarte lak uit blik. Motip verf, ik ben er niet erg over te spreken, net zoals de meeste alkydhars verf uit blik. Dik, dekt matig, en wilde op sommige plekken niet goed drogen.

Bij de laatste laklaag was het weer inmiddels buiten weer warm, dus spuitbus gehaald, en de velgen gespoten. Ook gewoon weer Gamma spuitbussen. Ik ben toch eigenlijk meer fan van spuiten dan lakken. Het dekt en droogt veel beter, en je kunt meerdere lagen achter elkaar doen zonder te hoeven schuren.

Met de voorvelg van de stafiets klaar, kan het wiel weer gevlochten worden. Eerst had ik de naaf ook nog even schoongemaakt, en een behandeling owatrol gegeven (roestwerende olie):

Het merk van de naaf is Pranafa. De naaf is vernikkeld. Eerder had ik al de conussen en moeren vervangen.De moeren zijn mooie vernikkelde exemplaren. De moeren die erop zaten waren niet de goede maat. Waarschijnlijk inch maat op een metrische as of andersom, waardoor ze net te ruim waren.

Voor het vlechten van wielen zijn goede handleidingen online beschikbaar. Met een beetje puzzelen kom je er zelf ook wel, maar toch even fijn om er een handleiding bij te pakken als je het niet zo vaak doet.

De spaken en nippels gebruik ik opnieuw. Ik heb er ook nieuwe spaakplaatjes. De oude waren volledig weggeroest. Eigenlijk zijn ze niet nodig bij zo’n dikke velg, maar het staat wel netjes.

De velg is overigens 1,7kg, het zwaarste dat ik ben tegengekomen. Ter vergelijking, en nieuwe 28 x 1 3/4″ velg van hetzelfde model maar dan van aluminium weegt 500 gram (en in staal 900 gram). Aluminium is drie keer zo licht als staal, maar in deze kwaliteit ook drie keer zo zwak. Daar zou je binnen de korte keren slagen in rijden als je hem op een transportfiets monteert. Dus die velgen zijn niet voor niets zo zwaar uitgevoerd.

Begin van het vlechten doe je altijd bij het ventielgat. Daar moet de spaak vandaan wijzen. Dan krijg je geen kruis boven je ventiel, wat toegang tot je ventiel belemmert als je je band wilt oppompen.

Deze naaf had ook nog eens aparte gaten voor spaken die naar binnen en naar buiten steken. De afronding van het gat hoort te zitten aan de kant waar de spaak naar buiten komt, zodat die niet op een scherpe rand rust waar hij de bocht om gaat.

Alle spaken er stuk voor stuk in, en losjes aandraaien:

Vervolgens de spaken spannen en het wiel richten:

De volgende klus was verlichting installeren. Om te beginnen moest ik een nieuwe lamphaak maken voor aan de bagagedrager. De gaten zaten er al in de bagagedrager. Uit een stukje staalplaat heb ik de lamphaak gemaakt, naar voorbeeld zoals die op andere transportfietsen zitten:

En deze zwart gespoten (geen menie, dat hebben de originele ook niet) en gemonteerd:

Intussen had ik een leuk setje verlichting van het Nederlandse merk Fako gevonden. De verkoper was zelfs zo vriendelijk er een reserve dynamo bij te voegen:

De verlichting dateert uit de periode 1948-50, wat later dan de fiets. Meer informatie over het merk Fako is hier te vinden.

En hier zijn het wiel en de verlichting geinstalleerd. Voor de verlichting heb ik een dubbele draad gebruikt, omdat ik ervaar dat met zulke oude fietsen de geleiding door het frame vaak niet of niet goed werkt.

En ook de handvatten zitten er weer op. Zo is de fiets helemaal kompleet. Af? Nee, er is altijd nog wat te doen šŸ™‚

Eerdere artikelen over deze fiets:

De Joka/Magneet stafiets van Jeroen

De Joka stafiets van Richard

Trapas gezocht