Transportfiets met ingesoldeerde achterpadden van Ronald

Dit is niet die fiets die net op marktplaats stond, maar eentje die Ronald kortgeleden had aangeschaft. De fiets heeft ingesoldeerde achterpadden, dus vrij waarschijnlijk jaren ’20. Helaas bleek dat vrijwel alles aan de fiets ooit al eens is vervangen.

De voordrager is een Simplex van na de oorlog. Ik zie die voordragers vrij vaak op niet-Simplexen, dus ik vermoed dat ze ook los te koop waren.

Ingesoldeerde achterpadden:

Framenummer:

Het crankstel heeft een X-patroon kettingblad. Die zijn al minstens sinds begin jaren ’20 in gebruik, dus zou origineel kunnen zijn:

De trapas is een na-oorlogs verchroomd type:

De voornaaf is een verchroomd exemplaar, ook na-oorlogs, van het merk British Hub als ik me niet vergis:

De achternaaf is een Fichtel & Sachs Torpedo uit 1933:

De as uit de achternaaf is uit 1950:

Wery pedalen (zie ook “Lucas” transportfiets van Abram, deel 1):

Het zadel (waarschijnlijk Erjeka):

Het balhoofd lager is hetzelfde als mijn transportfiets uit 1924:

Het meest opvallende is de voorvorkkroon:

Nog een paar details:

Mogelijk jaren ’20 transportfiets van Ronald

De transportfiets van marktplaats is inmiddels in bezit van Ronald. De eigenaar, inmiddels 70, had de fiets al sinds zijn 11de. Alvast wat interessante details:

Hij heeft een BSA type trapas, met spietjes om de cups vast te zetten. Dat is pas de derde transportfiets die ik ken naast mijn jaren ’20 transportfiets, en dit exemplaar (inmiddels in andere conditie in bezit van Peter, tenzij alweer doorverkocht).

Een van de spieën voor inklemming van de cups:

Ik weet dat Brampton dit type bracket leverde begin jaren ’20, zoals in deze advertentie van Stokvis uit 1921:

Toevallig zit er ook een Brampton cup in:

Bij mijn jaren ’20 fiets staat er een B aan de onderkant van het trapashuis, maar die ontbreekt hier. Wel staan er allerlei interessante ingeslagen markeringen:

Zowel links en rechts staan een kleine 7. Daartussen staat een Romeinse 22 en 1. Productie jaar en maand misschien? Wie zal het zeggen.

De trapas is een Bayliss Wiley No.3. Het zou goed kunnen zijn dat die al ooit vervangen is:

Het crankstel (chroom, dus een vervanging):

Detail van de achterpadden (een kant mist een stukje):

Balhoofdbuis:

En de achternaaf is een Torpedo uit 1932. Die lijkt me nieuwer dan ik verwacht dat het frame is, maar tot dusver nog geen harde datering.

Pedalen zijn vernikkelde exemplaren van Gazelle, maar niet voor transportfietsen:

De voor- en achterdragers:

Update: toch een framenummer gevonden op een van de achterpadden!

R.S. Stokvis/Nederlandsche Kroon framenummers ter vergelijking met dank aan Rob:

Circa 1920
1923

W.K.C. transportframe, M. Adler 1911-1912

Juncker was niet de enige importeur in de jaren ’10 van W.K.C. transportrijwielen. Deze afbeelding heb ik zojuist ontvangen uit de handelscatalogus van M. Adler, seizoen 1911-1912 (met dank aan Aad Streng). Het is hetzelfde frame als die van Juncker uit 1910, maar met een aantal duidelijke verschillen. Het W.K.C. frame geleverd door M. Adler is uitgerust met een klokkenlager (= glockenlager). Dit is een crankstel/trapas met belvormige stofkappen, en een spieloze verbinding, zoals in Duitsland de norm was. Ik ken vermeldingen van klokkenlagers onder andere van Baving uit 1914, ook vrij zeker import uit Duitsland. Ook opvallend is de bandrem, die door de voorvork het stuur heen loopt. En tenslotte heeft het frame ook een stuurvergrendelingsknop, iets dat je alleen op de jaren ’10 transportfietsen terugziet.

Over M. Adler: “M. Adler (bijnaam Puck) was een zeer succesvolle wielrenner rond 1890. Hij is later de rijwielhandel in gegaan en bracht het merk HIMA. Om dat merk te promoten organiseerde hij een aantal jaren de HIMA rondritten in Nederland. Gezien zijn achtergrond als handelaar zal hij die rijwielen niet zelf hebben gemaakt. Ik ken althans geen fabriek van hem.”

Close-up van het klokkenlager:

Close-up van het stuur, bandrem en voordrager constructie:

En de ingesoldeerde achterpadden:

Mysterie frame met ingesoldeerde achterpadden van Rob

Al weer enige weken geleden heb ik het “Bijzonder frame met ingesoldeerde achterpadden op marktplaats” overgenomen van Marcel.

Gewoon omdat ik nieuwsgierig was naar wat het merk en bouwjaar zou kunnen zijn. De afgelopen weken heb ik (te?) veel tijd besteed aan het doorspitten van deze site op deze site en die van De Oude Fiets, maar tot nu toe geen succes, ik heb geen idee! Ik schat ergens rond 1920, +/- een jaar of 10, maar verder……. Er zijn ook maar weinig aanknopingspunten, aangezien er geen originele onderdelen meer op zitten. De trapas is een moderne cartridge-as en ook de vork en het balhoofd zijn niet origineel. De vork is een veel te slappe toervork, bovendien is hij afgezaagd en omdat de draad daardoor te kort was geworden is er extra draad op getapt. De balhoofdcups zijn een paar tiende mm te klein, de onderste viel zo uit het frame en de bovenste was vastgezet met een stukje blik. Het frame heeft wel een paar typische kenmerken waaruit wellicht afgeleid zou kunnen worden wat het merk en bouwjaar zouden kunnen zijn, dus hopelijk kan iemand me nog verlichten. In ieder geval heeft het frame een hoog framenummer, 105849, ingeslagen aan de linkerkant van de zadellug, van onder naar boven.

De achterpadden en ook de bovenste uiteindjes van de staande achtervork zijn ingesoldeerd. Ik heb zulke nog niet eerder gezien. De uiteinden van de buizen eindigen in een soort kwart kogels die onderdeel zijn van de padden.

Dergelijke padden, maar dan zonder oogje, staan oa in de onderdelenfolder van Juncker uit 1910 als ‘Duitsche lugs voor binnensoldeering’ en ook in een folder van de Duitse groothandel AMO uit de jaren ‘20. Omdat ze heel anders zijn dan de Engelse BSA en Brampton padden ga ik er van uit dat ze Duits zijn.

De brackethuls is daarentegen voor een BSA as, met trekbouten aan de onderkant. Daartussenin is ‘162’ ingeslagen.

De balhoofdbuis 30,1 mm diameter, voor een vorkbuis met de standaarddikte van 25,2 mm. De liggende achtervork is heel smal, de trapas die er nu in zit is maar 136 mm lang maar er is nog meer dan genoeg ruimte voor de cranks. De inbouwbreedte voor het achterwiel is 110 mm. Verder vond ik het rechte buisje dat als mannetje in de staande achtervork dient wel typisch.

De vork die er bij zat kan natuurlijk niet, dus maar weer MP op en daar vond ik eigenlijk meteen een ‘voorvork uit de jaren 20’, met aangesoldeerde oogjes vlak boven de voorwielpadden en een dikke schroef aan de voorkant van de kroon.

Dat deed mij denken dat die wel eens voor een transportfiets zou kunnen zijn, of anders wellicht voor een hulpmotor, maar in ieder geval verzwaard. Navraag naar de maten bevestigde dat, hij heeft een zware en extra brede vorkkroon, maar wel een buis van 25,2 mm. Als kers op de taart zit er een prachtig oud Engels balhoofdstel bij. Merk: geen idee, dus ik vond deze ‘mystery vork’ wel mooi bij het ‘mystery frame’. De cups passen perfect in het frame, helaas is de vorkbuis net iets te kort om nog plaats te bieden voor de borgmoer maar gelukkig lijkt hij zonder ook wel op z’n plek te blijven zitten. Het geheel ziet er uit alsof het er nooit af is geweest.

Pure fantasie natuurlijk, maar het ziet er wel mooi uit zo . Om deze post mooi af te ronden heb ik er even een paar oude wielen, stuur, zadel en crankstel aan gehangen zodat het een beetje op een fiets lijkt die zo uit de schuur komt.

Mogelijk jaren ’20 R.S. Stokvis/Nederlandsche Kroon van Peter

Dit is een van de fietsen van Peter Bakker, of wat er nog van over is. Het frame, stuur en voorvork en trapas zaten nog bij elkaar. De spatborden en wielen kwamen mee met een hele partij die Peter had overgenomen, maar niet bekend of ze bij dit frame horen.

De fiets viel op, omdat hij ingesoldeerde achtepadden heeft. Niet alleen dat, er staat ook een GWH tekentje met daarnaast 360, en een framenummer op zijn kant op de achterpad, precies zoals dit frame van Rob, wat een R.S. Stokvis/Nederlandsche Kroon blijkt te zijn uit de jaren ’20.

Meer details van de fiets: