Simplex van Abram van rond 1940

Weer een nieuwe aanwinst van Abram. De transportfiets viel op door het type kettingwiel, dat lijkt op het model dat door verschillende merken zoals Germaan in de jaren ’20 werd gebruikt. Dit kettingwiel blijkt helaas niet origineel en ook geen transport.

Het frame blijkt een Simplex te zijn, te zien aan de verdikking van de balhoofdbuis onder en boven.

Er zit een gaatje bij de balhoofdbuis, wat doet denken aan een stuurslot, maar dat blijkt niet het geval. Er zit ook een gaatje bij de zadellug, dus dit is waarschijnlijk gebruikt om er een reklame bord of iets dergelijks op vast te zetten.

Het framenummer is 306463. Dat betekent een bouwjaar van rond 1940 (=/- 1 jaar).

Het aparte is, hij heeft nog wel ingesoldeerde achterpadden:

Er was ook al een Simplex bakfiets bekend uit 1941 met ingesoldeerde achtpadden. Ik heb wel minstens een andere Simplex transportfiets gezien die waarschijnlijk uit de jaren ’30 stamt, maar zonder ingesoldeerde achterpadden. Die heeft echter helaas een 5 cijferig framenummer, en die framenummer reeksen zijn moeilijk te dateren bij Simplex. Tot dusver was bekend dat Simplex tot ongeveer 1931 nog ingesoldeerde achterpadden gebruikte bij rijwielen, maar niet later. Dat blijkt dus niet het geval te zijn.

Volgens Abram is de fiets vrij licht voor een transportfiets. Dat doet vermoeden dat het mogelijk geen echte transportfiets is, maar een model dienst. Simplex produceerde die ook met dubbele bovenbuis. In de folder uit 1925 staat zo’n model dienst. Daarna wordt die niet meer in de folders weergegeven, maar werden ze volgens Herbert nog steeds geleverd o.a. aan de politie. Maar of dit een model dienst is, wie zal het zeggen?

Nog wat verdere details:

Tweede Göricke van Charles, uit 1924

Eerder in bezit van Ronald, zie Transportfiets met ingesoldeerde achterpadden van Ronald. Inmiddels is Charles de eigenaar. En het is duidelijk geworden dat het frame afkomstig is van een Göricke en gedateerd via framenummer (713195, zie http://www.tilman-wagenknecht.de/nummern/goericke.pdf) tot 1924. Kenmerkend voor Göricke zijn bijvoorbeeld het trapashuis, waarin een normale toerfiets maat trapas in past (cups 40mm, breedte trapashuis 70mm). Hij is ook zeker niet van voor 1924, want toen werd dit type transportfiets door Göricke geintroduceerd met uitwendige lugs, in tegenstelling tot de inwendige, onzichtbare verbindingen bij de oudere Göricke van Sjoerd.

Charles heeft het volgende werk gedaan:

Het balhoofd ziet eruit alsof het 1 1/8″ is, maar het is 1″.

Renold The Coventry (ketting) op F&S (tandwiel).

Acht en veertig tanden.

De bovenste buis was krom.

Een mooie deuk is niet lelijk.

Achternaaf STYRIA.

De cranck zit te dicht op het trapashuis.

Vernikkelde trapas van Gerkinet: 16mm dik en 136mm lang.

Voornaaf van onbekend merk. Wel met geschroefde stofkapjes.

De Göricke uit 1924 is weer recht.

En het rek zit er ook weer op.

De pedalen worden vervangen door die van Göricke en de spatborden moeten nog worden gemonteerd. Als ik het voor elkaar krijg om een beugel te maken, zet ik er een pistool model kettingscherm van Roelewiel op. Er is een dynamo, maar nog even geen koplamp.

Charles

Transportfiets met ingesoldeerde achterpadden van Ronald

Dit is niet die fiets die net op marktplaats stond, maar eentje die Ronald kortgeleden had aangeschaft. De fiets heeft ingesoldeerde achterpadden, dus vrij waarschijnlijk jaren ’20. Helaas bleek dat vrijwel alles aan de fiets ooit al eens is vervangen.

De voordrager is een Simplex van na de oorlog. Ik zie die voordragers vrij vaak op niet-Simplexen, dus ik vermoed dat ze ook los te koop waren.

Ingesoldeerde achterpadden:

Framenummer:

Het crankstel heeft een X-patroon kettingblad. Die zijn al minstens sinds begin jaren ’20 in gebruik, dus zou origineel kunnen zijn:

De trapas is een na-oorlogs verchroomd type:

De voornaaf is een verchroomd exemplaar, ook na-oorlogs, van het merk British Hub als ik me niet vergis:

De achternaaf is een Fichtel & Sachs Torpedo uit 1933:

De as uit de achternaaf is uit 1950:

Wery pedalen (zie ook “Lucas” transportfiets van Abram, deel 1):

Het zadel (waarschijnlijk Erjeka):

Het balhoofd lager is hetzelfde als mijn transportfiets uit 1924:

Het meest opvallende is de voorvorkkroon:

Nog een paar details:

Mogelijk jaren ’20 transportfiets van Ronald

De transportfiets van marktplaats is inmiddels in bezit van Ronald. De eigenaar, inmiddels 70, had de fiets al sinds zijn 11de. Alvast wat interessante details:

Hij heeft een BSA type trapas, met spietjes om de cups vast te zetten. Dat is pas de derde transportfiets die ik ken naast mijn jaren ’20 transportfiets, en dit exemplaar (inmiddels in andere conditie in bezit van Peter, tenzij alweer doorverkocht).

Een van de spieën voor inklemming van de cups:

Ik weet dat Brampton dit type bracket leverde begin jaren ’20, zoals in deze advertentie van Stokvis uit 1921:

Toevallig zit er ook een Brampton cup in:

Bij mijn jaren ’20 fiets staat er een B aan de onderkant van het trapashuis, maar die ontbreekt hier. Wel staan er allerlei interessante ingeslagen markeringen:

Zowel links en rechts staan een kleine 7. Daartussen staat een Romeinse 22 en 1. Productie jaar en maand misschien? Wie zal het zeggen.

De trapas is een Bayliss Wiley No.3. Het zou goed kunnen zijn dat die al ooit vervangen is:

Het crankstel (chroom, dus een vervanging):

Detail van de achterpadden (een kant mist een stukje):

Balhoofdbuis:

En de achternaaf is een Torpedo uit 1932. Die lijkt me nieuwer dan ik verwacht dat het frame is, maar tot dusver nog geen harde datering.

Pedalen zijn vernikkelde exemplaren van Gazelle, maar niet voor transportfietsen:

De voor- en achterdragers:

Update: toch een framenummer gevonden op een van de achterpadden!

R.S. Stokvis/Nederlandsche Kroon framenummers ter vergelijking met dank aan Rob:

Circa 1920
1923

W.K.C. transportframe, M. Adler 1911-1912

Juncker was niet de enige importeur in de jaren ’10 van W.K.C. transportrijwielen. Deze afbeelding heb ik zojuist ontvangen uit de handelscatalogus van M. Adler, seizoen 1911-1912 (met dank aan Aad Streng). Het is hetzelfde frame als die van Juncker uit 1910, maar met een aantal duidelijke verschillen. Het W.K.C. frame geleverd door M. Adler is uitgerust met een klokkenlager (= glockenlager). Dit is een crankstel/trapas met belvormige stofkappen, en een spieloze verbinding, zoals in Duitsland de norm was. Ik ken vermeldingen van klokkenlagers onder andere van Baving uit 1914, ook vrij zeker import uit Duitsland. Ook opvallend is de bandrem, die door de voorvork het stuur heen loopt. En tenslotte heeft het frame ook een stuurvergrendelingsknop, iets dat je alleen op de jaren ’10 transportfietsen terugziet.

Over M. Adler: “M. Adler (bijnaam Puck) was een zeer succesvolle wielrenner rond 1890. Hij is later de rijwielhandel in gegaan en bracht het merk HIMA. Om dat merk te promoten organiseerde hij een aantal jaren de HIMA rondritten in Nederland. Gezien zijn achtergrond als handelaar zal hij die rijwielen niet zelf hebben gemaakt. Ik ken althans geen fabriek van hem.”

Close-up van het klokkenlager:

Close-up van het stuur, bandrem en voordrager constructie:

En de ingesoldeerde achterpadden: