Oudst bewaarde transportfietsen van voor 1930

In dit artikel vormt een overzicht van de oudst bekende bewaard gebleven transportfietsen in Nederland. Dit gaat specifiek om de klassieke versterkte tweewielers met dubbele bovenbuis. Van prijscouranten weten we dat de Simplex al in 1903 zulke transportfietsen bouwde:

http://www.transportfiets.net/2009/04/18/simplex-begin-vorige-eeuw/

Bakfietsen gaan nog verder terug, en ook waren er al safeties in de 19de eeuw speciaal bedoeld als bezorgfiets, met mogelijkheid om pakjesdrager voorop te bevestigen. Maar die voorbeelden laten we hier buiten beschouwing.

Al gaan transportfietsen dus al terug tot minstens 1903, toch zijn er uit de begin periode geen exemplaren bekend tot nu toe. Hopelijk leidt dit artikel ertoe dat meer mensen zulke of nog oudere exemplaren gaan spotten. Er wordt mij wel gevraagd waarom er geen oudere exemplaren bekend zijn. Dit heeft een aantal redenen:
– Lage productie en hoge prijs in de begin jaren. De Simplex in 1903 kostte nog 150 gulden. In 1939 kostte een Brillant van Juncker nog maar 36 gulden. En intussen was er ook nog een sterke inflatie, waardoor het werkelijke verschil nog veel groter was. Met name in begin jaren ’20 daalde de prijs sterk, en steeg de produktie van rijwielen in Nederland aanzienlijk. Tot de jaren ’20 waren er dus nog relatief weinig Nederlandse transportfietsen.
– Hoe ouder de fiets, hoe kleiner de kans dat hij het al die tijd overleeft. In tegenstelling tot de luxe fietsen uit begin 19de eeuw, die vaak bewaard bleven op zolders in oude huizen of zelfs kastelen, waren transportfietsen gewoon gebruikswaar. Ze werden intensief gebruikt, tot repareren niet meer rendabel was, en dan naar het oud ijzer. Het feit dat er nog veel oude transportfietsen bestaan, is meer vanwege de robuustheid dan spaarzaamheid.
– Herkenning: de oudste transportfietsen zullen in het algemeen ook het meest verbouwd zijn. Om te beginnen zal de visueel herkenbare voordrager vervangen zijn. Juiste de vroege exemplaren hadden nog vrij zwakke voordragers. Als daar later bijvoorbeeld een modernere Roelewiel drager op is gezet, dan lijkt het op het eerste oog al een modernere fiets. In grove lijnen is zo’n hele vroege fiets ook niet veel anders dan een latere, al zijn er wel wat details die zeer kenmerkend zijn voor de vroegste transportfietsen
– We hebben nog lang niet alle transportfietsen bekeken. Op de site en onder de bezoekers ervan hebben we slechts een zeer klein percentage van alle transportfietsen gezien. Er rijden er nog veel meer rond. En daarom ook dit artikel om meer van deze oude fietsen boven water te halen.

Wat zijn typische kenmerken voor een jaren ’20 transportfiets (of ouder)? Onder andere een snel herkenningspunt zijn de ingesoldeerde achterpadden van de achtervork. Ergens in de jaren ’20 vond een omschakeling plaats en werd platgeknepen buis waarin het wiel werd gezet de norm. Daarvoor was dit nog een apart onderdeel, dat in de liggende en staande achtervork gesoldeerd werd. Enkele voorbeelden:

Heeft je transportfiets zo’n achterpad, dan weet je vrij zeker dat de fiets minstens uit de jaren ’20 komt. Geen van de direct gedateerde transportfietsen die bekend zijn vanaf 1926 heeft nog zo’n ingesoldeerd achterpad. Maar heeft de fiets wel een standaard platgeknepen achtervork, dan zegt dat niets. Die constructie werd wel al eerder gebruikt naast de ingesoldeerde achterpadden. Verdere datering kan op serienummer, als daarvan de produktie jaren bekend zijn.

Een andere mogelijkheid is via datum stempels op onderdelen zoals bijvoorbeeld in het geval van een Fichtel & Sachs Torpedo naaf. Een datering op onderdelen is natuurlijk minder zeker, aangezien onderdelen kunnen zijn vervangen door nieuwe of oude onderdelen. Vaak werden transportfietsen geleverd met doortrapper achternaaf, die later vervangen werd door een Torpedo remnaaf, waardoor het jaartal niet klopt met de leeftijd van de fiets. Bij datering via onderdelen is het dus altijd verstandig om te kijken of de rest van de fiets de kenmerken heeft die kloppen met de vastgestelde datering.

Verder zijn er nog merk specifieke kenmerken, zoals kettingbladen, voordragers etc. die alleen tijdens bepaalde jaren werden toegepast. Ook kenmerkend voor jaren ’20 transportfietsen zijn BSA type trapassen (met inschroef cups), met name 16,0mm dik en in eerste instantie met klembouten aan de voorzijde. Vanaf eind jaren ’20 werden Thompson type trapassen steeds vaker toegepast. Sommige merken blijven BSA type trapassen gebruiken (met ingeperste cups), dus het geeft geen harde datering.

En nu de oudst bekende transportfietsen. In het geval geen exact jaartal bekend is, dan is de fiets geplaatst naar het laatst mogelijke jaartal. Bijgevoegd zijn links naar artikelen van iedere fiets, waarin verdere informatie te vinden is.

1925: Göricke van Charles; datering via framenummer:

1925: Eysink Super Standaard van Sjoerd; datering via framenummer:

1926: Eysink Super Standaard van Sjoerd, datering via framenummer:

1926: onbekende fiets van Michael; datering via Torpedo naaf:

1927: onbekende transportfiets; datering via Torpedo naaf:

1927: Gazelle van Marc
Helaas geen afbeeldingen beschikbaar, maar de beschrijving geeft aan dat het een Gazelle transportfiets uit 1926/27 betreft.

1927: Onbekende transportfiets van Stefan; datering via Torpedo naaf:

1923-1928: onbekende fiets van Jeroen; datering o.a. op basis van Fichtel & Sachs logo op achternaaf (nog geen dubbele cirkel om de adelaar, dus van voor 1929), de voordrager (alleen bekend uit prijscouranten tussen 1923 en 1927):

1928: Gazelle; datering via framenummer:

1929: Fama van Charles; datering o.a. via Torpedo naaf:

1929: Gazelle; datering via framenummer:

1929: Juncker; datering via framenummer:

1929: Eysink Super Standaard van Ronald:

Dan zijn er nog wat fietsen waarvan de exacte leeftijd niet te achterhalen is, maar vrij waarschijnlijk jaren ’20 of zelfs nog ouder:

Potentieel heel vroeg exemplaar van Sjoerd:

Mogelijk zwaar verbouwde vroege fiets met ingesoldeerde achterpadden:

Nog een zwaar verbouwde fiets met ingesoldeerde achterpadden:

Nog eentje met ingesoldeerde achterpadden, frame mogelijk nog in originele lak met transfers:

Losse frames:

Simplex jaren ’20 van Jan, ingesoldeerde achterpadden:

Stokvis/Nederlandsche Kroon rond 1925 van Rob; datering en identificatie via framenummer, ingesoldeerde achterpadden:

Heel oud frame, of toch niet? (gesloten gaten in voorvork):

2 oude frames van Nick:

Nog een oud frame van Rob (militaire versie! W.F. 122):

Zoals je ziet, er zijn nog geen transportfietsen bekend die met zekerheid ouder zijn dan 1925. En transportfietsen van voor 1930 zijn uitermate schaars (o.a. alle 1700 artikelen op deze site doorgespit!), helemaal in redelijk originele staat. Mochten er nog meer bestaan, dan zouden we daar natuurlijk graag over horen. Dus mocht je een transportfiets hebben van voor 1930, of wil je gewoon hulp met een transportfiets te dateren, neem dan contact op via: http://www.transportfiets.net/een-artikel-of-fotos-plaatsen/

Meer informatie:
Ontwikkeling van de rijwielindustrie in Nederland in de jaren ’20
Prijsontwikkeling transportfietsen
Fiets zelf dateren
Prijscouranten voor identificatie en datering van transportfietsen

5 gedachten over “Oudst bewaarde transportfietsen van voor 1930”

  1. Mooi overzicht Jeroen! Ik ben benieuwd of er nu nog meer op gaan duiken, en hopelijk ook van vóór 1925.

    Het ‘potentieel heel vroege exemplaar van Sjoerd’ is wel zeer interessant, volgens de bezitter mogelijk een Eysink van 1915-1918. Dat lijkt, gezien de bouw van het frame en vooral de stuurdemper, een redelijke aanname. Het is in ieder geval de enige transportfiets die ik ooit gezien heb waarop fabriek-af een stuurdemper is gemonteerd. Waarom zie je dat bij latere transportfietsen eigenlijk nooit? Het lijkt een heel logische toevoeging! Het zou natuurlijk wel kunnen dat een dergelijk stuurslot niet bestand is tegen het gewicht van een volgeladen drager en eigenlijk dus nutteloos is.

    Wat me opvalt is dat een aantal van de oudste frames een relatief steil gebouwd frame hebben, zoals die van Sjoerd, maar ook de Göricke van Charles en mijn (inmiddels opgebouwde) Stokvis. De zadel- en vorkbuizen staan duidelijk rechter op dan bij de meeste andere transportfietsen, die meestal een tamelijk ‘luie’, achterover hellende bouw hebben. Dat heeft een behoorlijke invloed op het rijgedrag, weet ik nu ook uit eigen ervaring; het steilere frame maakt de fiets wat schichtiger in het stuurgedrag en de fiets hangt ook voelbaar anders in de bochten. Wat dat doet met een zware belasting heb ik nog niet uitgeprobeerd, maar er is vast een reden dat je na 1930 niet meer van die steile frames ziet….

    Groetjes, Rob

  2. Het stijle van die frames van Charles en Sjoerd was me ook al opgevallen. Bij de mijne lijkt het ook wel iets stijler dan normaal, maar het was me nog niet duidelijk opgevallen: https://2.bp.blogspot.com/–dMyLkFwcfM/Vzc6-Ohok_I/AAAAAAAAA54/dkO77ptyenonEGvvu2xHmyqh8bLFUlqxwCLcB/s1600/IMG_2311.JPG Ik zal het eens moeten opmeten. Een wat stijler stuur stuurt lichter, maar is ook wat minder stabiel. Dus met de grote zware rekken, en grote manden is het niet gek dat men voor meer stabiliteit ging in de latere fietsen.

    De mysterie fiets van Sjoerd is geen Eysink. Het kettingblad is van latere datum (na 1930), dus aan het serienummer valt geen datum vast te knopen. Maar het is wel momenteel de fiets waarbij ik het vermoeden heeft dat het wel eens de oudste zou kunnen zijn. Een reden voor het verdwijnen van de stuurdemper is ook de versimpeling van (transport)fietsen in de jaren ’20. Alles moest steeds goedkoper om te concureren. Dus alles wat eraf kon ging eraf. In het begin zag je ook nog transportfietsen met een stempelrem bijvoorbeeld, maar die ging er ook af.

  3. Het lijstje is iets korter geworden: de fiets met Gazelle kettingblad van voor 1930 blijkt geen Gazelle te zijn. Daarom is de ouderdom van de fiets zelf onbekend en zijn er geen verdere aanwijzingen dat deze van voor 1930 is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *